Beoordelen voor studenten

Onder beoordelen valt eveneens het verwerken van data, waarvoor softwaretools op het Athena platform zoals Excel en SPSS en online programma’s van Google Drive zoals Formulieren en Spreadsheets, nuttig zijn.

Een interventiestudie is een experimenteel onderzoek waarbij men het effect van een experimentele interventie onderzoekt. Een (randomised) controlled trial is een voorbeeld van een interventiestudie. Een klinische studie is een type van interventiestudie waarbij de werkzaamheid en veiligheid van een klinische interventie of geneesmiddel wordt getest. Bij klinische studies over geneesmiddelenonderzoek onderscheidt men 4 fases nl. fase 1 t.e.m. fase4 (zie Wat is het verschil tussen een fase 1-studie, een fase 2-studie, een fase 3-studie en een fase 4-studie?)

In een fase 1-studie wordt de molecule voor het eerst geïntroduceerd bij mensen nadat deze eerst op dieren is getest. In deze fase onderzoekt men vooral de veiligheid van het nieuwe product, o.a. hoeveel van het middel gegeven kan worden zonder ernstige ongewenste effecten te veroorzaken. Tevens bestudeert men de metabolisatie. Men gebruikt hiervoor vooral gezonde vrijwilligers. In deze fase is het onderzoek meestal niet gerandomiseerd en is er geen controlegroep.

In een fase 2-studie onderzoekt men vooral de werkzaamheid van het nieuwe product bij verschillende doseringen en toedieningsfrequenties. De onderzoeksgroepen bestaan meestal uit een 20-tal personen met een bepaalde aandoening. Ook in deze fase worden de proefpersonen vaak niet aselect verdeeld over een interventie- en een controlegroep.

Een uitgebreide klinische studie vindt plaats in fase 3. Hierbij zijn grotere groepen proefpersonen betrokken en worden de werkzaamheid en veiligheid verder onderzocht. Dit gebeurt meestal in de vorm van een RCT, waarin proefpersonen aselect worden ingedeeld in verschillende onderzoeksgroepen. Men vergelijkt de nieuwe behandeling met een standaardbehandeling of placebo.

Fase 4-studies worden pas uitgevoerd als het geneesmiddel officieel geregistreerd en op de markt gebracht is. In deze fase wordt bijvoorbeeld het optreden van ongewenste effecten en het effect van langdurig gebruik opgevolgd. Fase IV studies worden ook wel postmarketing surveillance studies genoemd. Dit zijn geen RCT’s.

Bron: Van Driel M. Verklarende woordenlijst voor evidence-based medicine. 2de herziene druk. Gent: Minerva, 2003. online beschikbaar.

Op het Athena-platform vind je de software MS Excel en SPSS. Online kunnen Formulieren en Spreadsheets van Google Drive nuttig zijn.

Binnen de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van UGent is een e-learningmodule over de basis van ‘Qualitative methods’ uitgewerkt die op het platform Zephyr te raadplegen is.

Via het platform Athena kan je gebruik maken van de software NVivo. Deze twee presentaties helpen je op weg:

  • Zelfstudie door Sofie Verhaeghe, Ineke van Eechoud en Tina Vandecasteele (gebaseerd op presentatie Saskia Decuman)
  • NVivo workshop door Katrien Verleye

Vergelijkbare software zijn MaxQDA, ATLAS en Dedoose.

Uit de URL en het digitaal informatiecertificaat van een bron/website kan je al mogelijks iets afleiden over de betrouwbaarheid.

Extensie URL Aard organisatie Voorbeeld Objectiviteit, betrouwbaarheid
.com Commercieel http://www.dokteronline.com ?
.net Netwerk http://www.cancer.net ?
.gov Overheid (VSA) https://www.nlm.nih.gov +
.gov(.be) Overheid https://www.ehealth.fgov.be +
.edu Onderwijs (USA) http://library.medicine.yale.edu +
.org Internationale non-profit https://nl.wikipedia.org/ +/-
.be / .nl / … Landcode https://www.kcgg.be ?

Het taalgebruik (bijv. correct objectief taalgebruik), de eigenaar (bijv. Universitair Ziekenhuis) en de actualiteit kan je bijkomend inzicht geven in de betrouwbaarheid. Ga in ieder geval na of je de informatie die er te vinden is, kan verifiëren in andere betrouwbare bronnen. Via de zoekmachine van Health on the Net kunnen bronnen gevonden worden die voldoen aan het HON-label voor betrouwbare en kwalitatieve gezondheidsinformatie voor patiënten en professionelen op het net.

In een case-control onderzoek gaat men uit van een groep personen met een bepaalde ziekte of te onderzoeken uitkomst (Cases) en een groep personen zonder deze eigenschappen (Controls). Men meet en vergelijkt de blootstelling aan een mogelijke risicofactor in elk van beide groepen. Het relatieve risico van blootstelling wordt in een case-control onderzoek uitgedrukt als een Odds Ratio. Case-control onderzoeken worden vooral toegepast in etiologisch onderzoek. In geval van zeldzame ziekten of ziekten die zich over een lange tijd ontwikkelen kan men met behulp van deze onderzoeksopzet zoeken naar een relatie tussen risicofactoren en het ontstaan van een ziekte. In een nested case-control onderzoek worden de Cases en de Controls uit de populatie van een cohortonderzoek gerecruteerd. Wanneer men in de loop van het onderzoek voldoende patiënten met een bepaalde ziekte (Cases) heeft geïdentificeerd zoekt men daarbij personen zonder de ziekte (Controls) uit dezelfde cohort. Aangezien sommige gegevens van Cases en Controls bekend zijn (door gegevensverzameling in het cohortonderzoek) kan hiervoor worden gecontroleerd, waardoor de kans op vertekening door bekende verstorende variabelen in deze opzet kleiner is.

In een prospectief cohortonderzoek worden personen die al dan niet blootgesteld zijn aan een risicofactor (zoals een schadelijke stof of een leefstijlfactor) gedurende lange tijd (meestal jaren) opgevolgd. De onderzochte populatie moet bij aanvang vrij zijn van de te onderzoeken uitkomst, zodat op deze wijze de incidentie van de uitkomst in de groep met blootstelling en de groep zonder blootstelling kan worden berekend.

Een cross-sectioneel onderzoek is een vorm van observationeel onderzoek waarbij op een bepaald tijdstip gegevens over risicofactoren en/of uitkomsten in een populatie worden verzameld.

Bron: Van Driel M. Verklarende woordenlijst voor evidence-based medicine. 2de herziene druk. Gent: Minerva, 2003. online beschikbaar.

In een systematische review wordt uitgaande van een (onderzoeks)vraag op systematische wijze gezocht naar originele studies die een antwoord kunnen geven op deze vraag. Hierbij worden de geraadpleegde databanken en de gebruikte analysemethoden vermeld. De gevonden resultaten en achtergrondkenmerken van de individuele studies worden op een expliciete wijze beoordeeld en geanalyseerd. De standaarden opgesteld en beschreven door The Cochrane Collaboration in het Cochrane Handbook for Systematic Reviews of Interventions worden algemeen beschouwd als de gouden standaard wat betreft het maken van een systematische review. Organisaties, zoals The BEME Collaboration, nemen bijvoorbeeld deze methodologie over (wat betreft de systematische reviews).

In een narratieve review maakt de auteur zelf een selectie van te includeren studies en ontbreekt meestal een (beschrijving van een) zoekstrategie. De wetenschappelijke waarde van een narratieve review is daarom beperkt.

Bron: Van Driel M. Verklarende woordenlijst voor evidence-based medicine. 2de herziene druk. Gent: Minerva, 2003. online beschikbaar.

Een meta-analyse is een systematische review waarbij de resultaten van een aantal vergelijkbare klinische studies worden gebundeld (gepoold) en herberekend. Hierdoor wordt het mogelijk om met een grotere betrouwbaarheid een uitspraak te doen over het effect van een interventie of behandeling. Elke meta-analyse wordt in principe voorafgegaan door een systematische review.

Bron: Van Driel M. Verklarende woordenlijst voor evidence-based medicine. 2de herziene druk. Gent: Minerva, 2003. online beschikbaar.

Aan de hand van de AMSTAR (Assessing the Methodological Quality of Systematic reviews) kan je systematische reviews te beoordelen.

De AGREE II-tool is een algemeen hulpmiddel voor opstellers en gebruikers van richtlijnen om de methodologische kwaliteit van klinische richtlijnen te beoordelen. De AGREE II checklist is beschikbaar in verschillende talen, waaronder het Nederlands en het Engels.

Wens je meer informatie of heb je nog vragen dan kan je terecht bij onze informatiedeskundige Heidi Buysse of informatiemedewerker Alessia Romagnoli.